Nieuws

Popcoalitie claimt vaste plek popmuziek in cultuurbeleid 20-05-2015

Popcoalitie claimt vaste plek popmuziek in cultuurbeleid

20 mei 2015

De Popcoalitie wil dat popmuziek voortaan een vaste plek krijgt in het cultuurbeleid van de rijksoverheid. Dit schrijft de Popcoalitie (het samenwerkingsverband van de popsector) in een reactie op het advies van de Raad voor Cultuur. In dit advies wordt de veruit best bezochte en meest beoefende vorm van cultuur tot verrassing van velen nauwelijks genoemd. ‘Teleurstellend en wereldvreemd’, vindt de popsector.

 In de Agenda Cultuur 2017-2020 (en verder), waarin de Raad voor Cultuur de minister van OCW adviseert over het te voeren kunstenbeleid in de komende vier jaar, komt popmuziek nauwelijks voor. ‘Popmuziek opereert op het snijvlak van cultuur en economie, en is veel minder afhankelijk van subsidie dan andere podiumkunsten’, stelt voorzitter Wilbert Mutsaers van de Popcoalitie. ‘Maar het moet wel een vaste plek hebben in het cultuurbeleid. De Nederlandse popmuziek is een ecosysteem dat zowel in culturele als economische zin veel rendement oplevert. Zolang je aan de onderkant blijft zaaien en het systeem intact laat, werpt het vruchten af. Dat moet je koesteren.’

Vooral op het gebied van de export is het nodig om te blijven investeren. ‘We hebben sterke evenementen waar de hele internationale markt voor naar ons land komt. Dat is een mooie springplank voor onze dj’s, artiesten en bands naar een carrière in het buitenland. De internationale successen van Armin van Buuren, Hardwell en Martin Garrix, maar ook Caro Emerald, The Common Linnets en Mr. Probz hebben dat laten zien. Willen we die positie behouden, dan moeten we de export verder versterken. De muziekindustrie doet daarin al veel. Het is belangrijk dat het ministerie van OCW ook zijn bijdrage levert en dat opneemt in de Basisinfrastructuur.’

Ook in de talentontwikkeling heeft de overheid een rol, vindt de Popcoalitie. ‘De subsidieregelingen voor poppodia en –festivals van het Fonds Podiumkunsten bieden nauwelijks ruimte voor het ontwikkelen van nieuwe concepten. Dat mag best wat ruimer. Te denken valt ook aan op popmuziek gerichte productiehuizen in de Basisinfrastructuur.’

Op zijn beurt kan de popsector ook veel voor het cultuurbeleid betekenen, benadrukt Mutsaers. ‘Pop trekt een groot en veelsoortig publiek, spreekt jongeren aan. De extra impuls van 25 miljoen voor muziek in het basisonderwijs zal veel meer effect hebben als de popsector hierin wordt betrokken. De andere kunsten hebben ook veel te winnen bij een goede samenwerking met de popmuziek.’

Brief kunt u hier lezen.